De Wegverkeersleider checkt visueel of het verkeer gestopt is en of er geen voertuigen meer onder de afsluitbomen doorrijden. Hij doet dit met behulp van het beeld van de camera die opgeschakeld is in het controlebeeld en die ingesteld staat om zicht te bieden op de combinatie van de stopstreep, het verkeerslichtenportaal en de afsluitbomen van de tunnelbuis die wordt gesloten. Mocht dit beeld onvoldoende zijn qua zicht op de afsluitbomen dan kan de WVL via de knop Beeld afsluitbomen in het dialoogvenster een gedetailleerder beeld van de afsluitbomen opschakelen in het controlebeeld. De hoeveelheid weg die getoond wordt vóór de afsluitbomen in dit beeld is minimaal 30 meter. Deze afstand is afgestemd op de reactietijd van de WVL en de remweg van de weggebruiker bij een snelheid van 50 km per uur. Als het beeld dus vrij is van verkeer of mensen kunnen de afsluitbomen veilig naar beneden.<br/>