Het tunnelsysteem geeft (zodra de verkeerslichten geactiveerd worden) een signaal aan MTM om het verkeer (verder stroomopwaarts) af te remmen voor de tunnelbuis. Het (automatisch) afsluiten van een tunelbuis moet op beheerste wijze gebeuren, waarbij een snelheidsverlaging moet worden ingesteld met het MTM-systeem. Op de portalen voor de tunnelbuis worden respectievelijk [90] portaal 1, [70] met flashers op portaal 2, [50] met flashers op portaal 3 en [50] <i> zonder </i> flashers op portaal 4 getoond. Portaal 4 is tevens het portaal waar de verkeerslichten hangen. Dus als op één van die portalen een kruis staat (vanwege de afskruizing van de incidentstrook) dan staat er uiteraard geen 50 maar een kruis. De overige matrixsignaalgevers op portaal 4 tonen een 50 totdat de verkeerslichten overgaan van geel knipperen naar vast geel. Dan wordt de 50 vervangen door een overruling blank. Gelijktijdig met het afremmen van het verkeer activeert het tunnelsysteem J32 borden (vooraanduiding verkeerslichten) op de portalen 1, 2 en 3. <b><i>NB:</i></b><i> Bij een maximum snelheid van [100] op het tunneltraject kan het zijn dat portaal 1 geen J32-bord heeft.</i><br/>