Zodra de Wegverkeersleider het alarm in de meldingenlijst heeft bevestigd <u>met beeld</u>, wordt door het tunnelsysteem het bijbehorende alarmbeeld gepresenteerd op de plaats waar de kritische beelden in de tunnel op de videowand zijn gepositioneerd (deze worden dan op de videowand tijdelijk gebruikt als alarmmonitor om de alarmbeelden te kunnen presenteren). Behalve het videobeeld van de tunnelcamera die bij de locatie hangt waar zich het alarm heeft voorgedaan (het zgn. op-beeld), worden ook de videobeelden van de camera's vóór en voorbij de alarmlocatie getoond. Alle beelden worden eerst “gepreset” (op hun uitgangspositie ingesteld). NB: Bij spookkrijdersdetectie en roodhoogtedetectie worden andere beelden gebruikt, zie eerdere toelichtingen in deze stap 1. De alarmbeelden hebben een blauwe rand (zodat duidelijk is dat het alarmbeelden betreft). Het middelste van de drie beelden heeft een groene rand, hetgeen betekent dat het beeld actief is. De joystick is gekoppeld, waardoor het beeld PTZ-baar is. De luidspreker die bij dit beeld hoort is ook gekoppeld en direct te activeren door een boodschap in te spreken of een vooraf opgenomen boodschap af te spelen. <br/>